Algemene beschouwingen Perspectiefnota 2017

nieuwestadhuisdonderdag 29 juni 2017 14:01

Op 29 juni heeft de Gemeenteraad de hele dag vergaderd over de zogenaamde Perspectiefnota. Veel fracties zien weinig perspectief nu het financieel niet meezit. De fractie van de ChristenUnie steekt echter constructief en positief in: er gebeurt ook veel goeds in de stad.

De jaarcyclus van de gemeente kent drie belangrijke momenten. In het voorjaar -meestal in juni- wordt de Perspectiefnota opgesteld. Hierin worden de koers de de plannen voor het daar op volgende jaar vastgesteld. In het najaar -meestal november- wordt dit vertaald naar de Begroting, een document waarin bedragen worden gekoppeld aan de plannen. Tenslotte wordt, als het jaar voorbij is, als derde documnet de Jaarverantwoording opgesteld. Daarin wordt verantwoording afgelegd over wat er allemaal terecht is gekomen van de plannen.

De behandeling in de Raad van zowel Perspectiefnota als Begroting zijn de momenten waarop fracties vaak met vele ideeën komen. Die worden via zogenaamde amendementen (= verzoek tot aanpassing) of moties (= middel om een discussiepunt voor te leggen) voorgesteld. De vergadering stemt hier dan over. Onze fractie heeft met andere fracties twee moties ingediend. Ten eerste een motie om de overgang van aardgas naar electriciteit te stimuleren. De Raad stemde hier voor. Ten tweede een motie om voor de fietssnelweg F35 het tracé vast te stellen, en voor de stukken die er nog niet zijn in een goede bewegwijzering te voorzien. De Raad wilde niet zover gaan, kost geld, maar de wethouder gaf vooraf al aan dat deze moties voor een groot deel toch al gepland staat komend jaar.

Voor het college -waaronder wethouder Alex Langius- is de behandeling van deze stukken in de raad ook een belangrijk moment. De wethouder 'verdedigt' de door het college opgesteld nota, waarom ze het zo willen doen als voorgesteld, en zal wijzgingen die de Raad voorstelt ook moeten verwerken, wat vaak betekent hier geld voor zoeken.

Onderstaand vind u de volledige bijdrage van de ChristenUnie fractie.

--------

Perspectiefnota: Bijdrage ChristenUnie

Almelo, 29 juni 2017

Almelo heeft het financieel gezien erg zwaar, en in dat opzicht vragen we al jarenlang veel van onze burgers. Toch is de toon van de Perspectiefnota 2017 terecht positief ingestoken. Er gaat immers ook veel goed in de stad. Steeds opnieuw zetten vrijwilligers zich in voor nieuwe initiatieven, de binnenstad wordt zichtbaar aangepakt, we hebben het predicaat ‘gouden sociale gemeente’ gekregen, en zelfs het taaie dossier rond het oude stadhuis is vlot getrokken. Dit alles tot opbouw van de stad. Het maakt dat we als ChristenUnie onze waardering uitspreken voor deze perspectiefnota. Dit neemt niet weg dat, gegeven de financiële situatie, het ontwikkelperspectief van de stad zorgelijk blijft. We moeten scherp en kritisch blijven op wat we doen, en een gezamenlijke inspanning is nodig om Almelo weer het bloeiende hart van de regio te maken. Het samen de schouders eronder zetten met de Provincie als bondgenoot is dan ook de strekking van de Perspectiefnota. Zo zien wij dat ook. Onderstaand geven we onze bijdrage hoe we dit ontwikkelperspectief verder kunnen vergroten. We doen dit langs de drie hoofopgaven voor de stad.

Saneren en Innoveren

Met het negatief saldo van de jaarrekening 2016 heeft het financieel herstel van de stad weer een terugslag gekregen. Almelo krijgt heel wat te verduren en we blijven kwetsbaar. Echter, we opereren nog steeds binnen de uitgezette lijntjes en een positieve meevaller, bijvoorbeeld in de vorm van verkoop aandelen Twence, kan het beeld zo weer doen omslaan. Niettemin vindt de ChristenUnie het zaak zo snel mogelijk naar een gezonde financiële situatie toe te groeien. Dat betekent niet het verjubelen van allerlei meevallers maar een scherp financieel beleid. We steunen hierin het college: eerst de boel op orde. In de praktijk ondervinden we gelukkig weinig hinder van het staan onder financieel toezicht van de Provincie. Er zitten zelfs voordelen aan, in het bijzonder dat er geen discussie over is dat alle mee- en tegenvallers verrekend worden met de algemene middelen (einde potjescultuur). Niettemin is ons streven om zo snel mogelijk onder het financieel toezicht uit te komen. Dat geeft meer vrijheid voor investeringen en daarmee voor het ontwikkelperspectief van de stad.

Via een minderheidscollege is een grote stap gezet richting een andere bestuurscultuur en een democratischer bestuur. De facto heeft Almelo op dit moment een zakencollege. De raad stuurt op hoofdlijnen (het wat), het college bepaalt het hoe, en de ambtenaren voeren dit uit. Alles uiteraard in gezond overleg met elkaar. We moeten er scherp op blijven dat oude denkwijzen niet resisteren. Neem het hoofdstuk II van de Perspectiefnota waarin ‘landelijke ontwikkelingen’ worden vertaald naar lokaal beleid en organisatie. Al zijn we het in grote lijnen hiermee eens, voor je het weet sijpelen filosofieën vanuit de organisatie ongemerkt door in het beleid. Daarom vraagt de nieuwe werkwijze om een resultaatgerichte overheid. In die zin steunen wij de doorontwikkeling (reorganisatie?) van de organisatie richting programmasturing en stadsdeelmanagement. Dat daar budget voor nodig is (maximaal 4,5 M€) is evident. Om dit budget niet nu te reserveren, maar jaarlijks met voorstellen te komen vinden wij een juiste keuze. Wij pleiten wel voor het minimaliseren van dit budget, en zijn tegen eventuele grote afkoopsommen richting personeel. Niettemin staat wat ons betreft effectiviteit voorop: doe wat nodig is, doe het goed en creëer geen parkeerfuncties voor overtallig personeel.

Dit brengt ons ook bij sourcing, en de ontwikkeling richting een regierol van de gemeente. Hier liggen nog grote opgaven waar we weinig over lezen in de perspectiefnota. Wij kunnen ons vinden in de koers om interne verzelfstandiging van het groenbedrijf als alternatief uit te werken. We zien wel dat hier dan een cultuurslag moet worden gemaakt. Ook rond het ingenieursbureau pleiten we ervoor essentiële kennis in huis te houden en niet afhankelijk te worden van externe adviseurs waarvan we zelf de adviezen niet op waarde kunnen schatten. We willen voor beide dossiers vooral pleiten voor tempo in verband met onze strategische doelen, de taakstelling die hier nog ligt (p. 13), en de rust in de organisatie.

De ChristenUnie zit het belang van de Agenda van Twente, maar constateert ook dat het budget voor 80% wordt gestoken in een basisinfrastructuur zie zich hoofdzakelijk in Enschede bevindt. Bovendien heeft Almelo simpelweg niet het geld zonder daarbij lokale perspectieven te verminderen. De keuze om financiële deelname aan de Agenda van Twente te koppelen aan de verkoop van aandelen Twence steunen wij daarom, wel uitgaande van een eerlijke prijs. Wij vinden het ook geen gekke gedachte om tussen de gemeentes te differentiëren in bijdrage per inwoner (op grond van draagkracht en lokaal perspectief).

Wat betreft duurzaamheid juichen wij initiatieven voor zonneparken toe, zowel als (tijdelijke) invulling van werklocaties als met name op daken van stallen en andere grote bedrijfspanden. De energietransitie is er niet mee geholpen als we woningen blijven bouwen met gasaansluitingen. Daarom dienen we samen met GroenLinks een motie in om het bouwen van nieuwe gasaansluitingen tegen te gaan. Duurzaamheid betekent ook een keuze voor duurzame mobiliteit. De ChristenUnie kiest daarom voor de fiets en openbaar vervoer en wil het college vragen zich tot het uiterste in te spannen het Almelose tracé van de F35 zo spoedig mogelijk te voltooien of –als daar het geld niet voor is– in ieder geval vast te stellen. Waar delen van de F35 nog ontbreken is op zijn minst een goede bewegwijzering gewenst. Ook hier dienen wij een motie over in.

Transformatie werk en zorg

Het college zet in op preventie. Wij doen dat ook, niemand kan daar tegen zijn, er ligt zelfs een initiatiefvoorstel van de VVD. Het is de vraag of we er allemaal hetzelfde beeld bij hebben en hoe je het vervolgens invult. Een voorbeeld. De Perspectiefnota geeft als knelpunt bij het minimabeleid aan dat de kosten van schuldhulpverlening en bewindvoering zijn toegenomen met 1 M€ (p.26). Daarom komt er een voorstel om een voorliggende voorziening voor bewindvoering in te voeren (p. 33). De basisgedachte zal zijn dat het de zorgaanbieders zijn die met innovaties moeten komen (p. 8). De transformatie moet in de zorgketen zelf plaatsvinden. We zijn het eens dat met nieuwe vormen en voorliggende voorzieningen (vrijwilligers, maatschappelijke ondernemingen etc.) we moeten proberen dure professionals te vervangen door goedkopere oplossingen. Maar in zekere zin is dit symptoombestrijding en begint preventie veel eerder. Wat is de oorzaak van de schulden die tot toenemende bewindvoering leiden? Bij een politiek beraad is bijvoorbeeld echtscheiding als een oorzaak genoemd. Kunnen we hier iets mee of niet? Idem dito kun je preventie rond jeugdzorg weer aan opvoedingsondersteuning relateren. Dit alles gaat veel dieper en vraagt mogelijk veel tijd.

Er is nog een andere wezenlijke vraag. In het sociaal domein wordt ingezet op zelfregie. Recent heeft de WRR echter aangegeven dat de overheid teveel verwacht van de zelfredzaamheid van burgers (p. 9). De ChristenUnie pleit ook voor ‘eigen kracht’ maar zit daarnaast veel meer op het spoor van naoberschap. De transformaties in de zorg zullen de burgers minder afhankelijk maken van zorgprofessionals en van de overheid, maar meer van elkaar. Het is een reële vraag of de samenleving dit aankan. Wij hebben hier het antwoord niet op. Helpen we onze buren? De mantelzorgers zijn al overbelast, maar ze moeten nog meer. Gevaar is dat vanuit de preventiegedachte reële zorg wordt onthouden. Daarom is het zaak dat preventie niet wordt gemotiveerd vanuit kostenbesparing, maar vanuit de gedachte dat we de samenleving en zorgketen anders en beter willen inrichting, zelfs al kost dat geld. Ook wij vinden ten principale dat we in het sociale domein zouden moeten kunnen uitkomen met de middelen die we van het Rijk daarvoor krijgen via het Gemeentefonds. We lezen de strubbeling van het college dat we blij mogen zijn als de ‘eigen bijdrage’ niet verder oploopt dan 6,9 M€ en dat het terugbrengen van de eigen bijdrage naar 0 € een keiharde bezuiniging wordt van 10 M€ met ongewenste effecten. Wij zijn niet tegen een ‘eigen bijdrage’ maar het is wel goed de eigen bijdrage te expliciet te maken (bewuste keuze) en kostenbewust te blijven.

De ChristenUnie ziet uit naar het werk maken van overheidsparticipatie in de zin van het initiatief uit de samenleving en de overheid die ‘slechts’ faciliteert. Een begin kan hier worden gemaakt met het teruggeven van de wijkcentra aan de burgers. Het afscheid nemen van Acress past hierbij, net als het verzelfstandigen van wijkcentra (eigen broek ophouden) en/of panden van doelgroeporganisaties. Dit in plaats van een praktijk van gesubsidieerde wijkcentra die worden verhuurt aan commerciële organisaties en verenigingen. Activiteiten, en zeker de commerciële verhuur, kunnen ook plaatsvinden in particulier beheerde cq. met vrijwilligers beheerde accommodaties van bijvoorbeeld doelgroeporganisaties, sportverenigingen of kerken. Dit helpt ook hen het hoofd boven water te houden. Daarmee bespaar je niet alleen kosten maar help je de stad echt (win-win).Wij zien zeker wel de behoefte aan cq. noodzaak van wijkcentra, maar deze moeten meer zijn dan een ‘clubhuis’ voor 5% van de inwoners van een wijk. Wijkcentra moeten de sociale cohesie in een wijk bevorderen, een plaats zijn voor wie behoefte heeft aan ontmoeting –zoals kerken dat ook bieden– en dienend zijn voor de samenleving. Afhankelijk van dit laatste past uiteraard een basissubsidie.

De ChristenUnie ziet graag dat we de vergaderruimtes in het Stadhuis, die een aantal avonden gewoon leeg staan ook op deze manier gebruiken. Dan wordt het pas echt een ‘Huis van de stad’. Let op dat dit heel wat anders is dan het op financiële gronden verhuren van een deel van je pand, waar blijkbaar oriënterende gesprekken over worden gevoerd (p. 47). We zijn niet tegen onderhuur, maar zien dit zeker niet als kerntaak van de (regie)gemeente. Voor de sportaccommodatie van de Uitsmijters geldt dat, als verplaatsing naar een centralere locatie niet lukt, zij op de huidige locatie moeten kunnen blijven zitten (Plan B). Het gereserveerde verhuisbudget mag dan (deels) worden gebruikt voor het opknappen van deze locatie.

Wij kunnen ons vinden in de voorgesteld aanpak rond de collectieve ziektekostenverzekering, namelijk eerst evalueren en dan besluiten over hoe verder, maar wel met de volgende kanttekening. Het college geeft aan in de evaluatie van de regeling na te gaan of de regeling een bijdrage levert aan een afname van de kosten in de zorg, zowel bij de gemeente als bij zorgaanbieders en zorgfinanciers (p. 34). Dat kan uiteraard niet het geval zijn. Aanleiding voor de regeling was het tegemoet komen van chronisch zieken en gehandicapten. De regeling is zo opgezet dat juist zij, omdat ze veel extra kosten hebben en daarnaast de wettelijke eigen bijdrage jaarlijks ‘uitputten’, goedkoper uit zouden moeten zijn. Gezonde mensen kunnen ook deelnemen aan de regeling, omdat het vorm is gegeven in een algemene regeling, maar zouden duurder uit moeten zijn (om te voorkomen dat iedereen deelneemt). Bijdrage is om financiële redenen sowieso beperkt tot minima (maximaal 130% bijstandsnorm). Zowel gemeente als vooral verzekeraars (die profiteren van meer klanten via collectiviteit die bovendien duurdere pakketten afsluiten) zou het geld moeten kosten. Hier moet op worden geëvalueerd, en niet anders. Als blijkt dat het enkel een minima maatregel is geworden, moet hij daar worden ondergebracht, ook budgettair. Merk dan wel op dat bij de begroting 2016 een motie is aangenomen waarin de opdracht staat geformuleerd dat, onafhankelijk van het wel of niet voortzetten (na 2017) van de collectieve ziektekostenverzekering, het college zich tot het uiterste zal inspannen om sowieso het budget van 0,8 miljoen per jaar structureel te reserveren voor de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten (met max 130 % van de bijstandsnorm als inkomen).

Binnenstad met herwonnen identiteit

Dat er hard gewerkt wordt aan de binnenstad, zal niemand ontgaan. De binnenstadsvernieuwingen uit de jaren '60 (V&D) en '90 (Versland/S&F) worden momenteel grondig overnieuw gedaan. Hopelijk ditmaal met een langere houdbaarheidswaarde. We zien daarbij ook dat (leegstaande) winkelpanden transformeren tot woningen, wat goed is voor de leefbaarheid van de binnenstad. Een binnenstad die enkelzijdig inzet op een winkelfunctie heeft geen toekomst. De toekomst voor de Almelose binnenstad ligt volgens onze fractie in een diversiteit aan functies: wonen, horeca, winkels en kleinschalige bedrijvigheid (ambachten).

Ook de entree van de galerij krijgt een make-over. Dankzij een motie van ChristenUnie en VVD is de huidige kwaliteit hoger dan die uit eerdere plannen, maar helaas haalt het niet de monumentale kwaliteit zoals wij die destijds hebben bepleit. Minder prominent zichtbaar, maar zeker zo interessant om te zien, is hoe bestaande panden worden herontwikkeld. In de Grotestraat zien we het ene na het andere gebouw een gevelverbetering ondergaan. Een jarenlange wens van vele Almeloërs gaat daarmee in vervulling. Gevelverbetering is een mooi voorbeeld van wat de ChristenUnie bedoelt met investeren in bestaande stedelijke kwaliteit, zoals wij dat ook met D66 en GroenLinks hebben opgeschreven in het manifest voor stedelijk erfgoed. Almelo heeft heel veel bestaande kwaliteit die momenteel nog niet tot haar volledige potentie is gekomen. Wat dat betreft zien wij vol vertrouwen en verwachting uit naar de verdere uitwerking van de erfgoednota door het Almelose college. In dit verband willen we ook wijzen op de aanvullende monumentenlijst die recent is opgesteld door de stichting Heemschut en het Cuypersgenootschap.

Het beter benutten van bestaande stedelijke kwaliteit is niet alleen de taak van erfgoed-ambtenaren, maar juist ook van de planologen, stedenbouwkundigen en vastgoedmanagers van de gemeente Almelo. Een integrale ontwikkeling en toepassing van het omgevingsbeleid moet hier in gaan voorzien. Almelo heeft in de afgelopen maanden belangrijke stappen gezet naar de Omgevingswet. Een ambtelijke organisatie die integraal alle relevante aspecten weet te betrekken bij het beleid, en een omgevingsvisie die inhoudelijk breed gedragen wordt door politiek en samenleving, zijn wat ons betreft de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren.

In de nieuwe Omgevingswet draait alles om “uitnodigingsplanologie”: markt en samenleving nemen het initiatief, de overheid participeert. Dat past dus helemaal in de visie van de ChristenUnie op overheidsparticipatie. Het plan Natuurhus past hier ook bij. Natuur- en milieueducatie (NME) voor en door inwoners (vooral kinderen) van onze gemeente. Wij zien dit initiatief tevens als een plan dat een impuls zal geven aan de binnenstad, een binnenstad waar vele miljoenen voor worden uitgetrokken. Dit wil niet zeggen dat de gemeente een pinautomaat is. Wij zouden het college echter wel willen vragen zich tot het uiterste in te spannen om geld vrij te maken voor NME-taken en zo indirect een impuls te geven aan de binnenstad. Tevens zouden wij willen vragen het nieuwe Natuurhus te betrekken bij de discussie rond de wijkcentrum voor de binnenstad. Waarom? Omdat in de beleidsvorming rond wijkcentra nu teveel wordt gekeken naar de gebouwen die toevallig gesubsidieerd worden, terwijl veel andere gebouwen dezelfde functie hebben of kunnen hebben –denk ook aan Erve Noordik, wijkcentrum Egbertus, Bij Bosshardt, LifeCenter Almelo, etc. Ook hier is het devies een integrale visie en doen wat nodig is en de (binnen)stad verder brengt.

Fractie ChristenUnie
Wouter Teeuw
Michiel van Heek

 

« Terug

Reacties op 'Algemene beschouwingen Perspectiefnota 2017'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.